Op een herfstdag vind je jezelf voor de spiegel in de badkamer en sta je met een schaartje je wenkbrauwen bij te knippen. De winter komt er aan, dat is duidelijk. Daar staat de medicatiecassette. Er staan druppels en zalfjes. In de agenda staan afspraken met fysiotherapie, oogcontrôle en een gehoormeting.
Het gebit en het gehoorapparaat staan al in de startblokken om deel uit te maken van een tanend leven .
De bloeddrukmeter komt regelmatig in beeld, en volgende maand is het tijd voor de jaarlijkse check-up, en sijpelt afgegeven bloed door ziekenhuisapparatuur teneinde vast te stellen of er wellicht nog meer plaats gemaakt moet worden in het medicatiekastje.
Hoe moet de winter er uit gaan zien?
Haren die ook uit beide neusgaten en aan alsmaar groter wordende oren groeien, terwijl hoofdharen zich tot een kleine verstopping in de afvoer van de douche nestelen.
Het wordt een steeds groter karwei daar voor die spiegel . Er appetijtelijk uitzien moet realistisch gezien tot de onmogelijkheden worden gerekend.
De Walweg lijkt zijn werking te hebben gestaakt en de nachtcrème blijkt 's morgens ook niet tot enig resultaat te hebben geleid.
De laatste eigen tanden laten zich poetsen, de nek roept om een colle.
De leuning doet vaker dienst bij het gebruiken van de trap. Kou wordt kouder bij het afnemen van energie. De slaap slaat ook in de middag toe.
Hijgen , puffen en steunen markeren een moeizame conversatie waarin dingen verkeerd begrepen worden.
Alles doet het nog, daar is alles mee gezegd.
Onder die omstandigheden maken we er het beste van.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten